Nieuwsflits

Meld u hier aan voor de Nieuwsflits van Stichting Presentie

Filosofie
Inhoudsopgave
Nadere Introductie Presentiefilosofie
2 Een ruimer beeld
3 Aansluiten bij een basaal verlangen
4 Aansluiten bij het alledaagse
5 Andere presentiebeoefenaren
6 Verder lezen
Alle Pagina's

 

3 Aansluiten bij een basaal verlangen

Wat we gaandeweg hebben ontdekt in het buurtpastoraat, reikt veel verder dan het pastoraat. We zijn doorgestoten naar de betekenis van present-zijn überhaupt. Gewoonlijk zet men present-zijn af tegen absent-zijn, afwezig zijn, ontbreken. Een studie over presentie lijkt in dat licht vooral betrekking te hebben op de wil of techniek om aanwezig te zijn, te zorgen dat je niet ontbreekt of de boot mist. In die betekenis vinden we het ook veel in de kerk: presentie in de nieuwbouwwijk, onder ouderen en jongeren, op een informatiemarkt, in het winkelcentrum of in de arbeid. En steeds wordt vooral bedoeld: zorgen dat je erbij bent - een oude echo van missionaire intenties. Maar we zetten presentie niet af tegen zulke 'eenvoudige' absentie maar tegen een subtiele, complexe en hypermoderne vorm van absentie, namelijk interventie. Interventie is de organisatorische grondvorm van vrijwel alle hulp, dienst en zorg in onze samenleving, en vaak ook van pastoraat: planmatig, gecalculeerd, methodisch, efficiënt, doelgericht, probleemoplossend. De afschuwelijke ontdekking is dat hoewel er voor armen - the least, last, lost and latest, zoals Gandhi ze noemt - in onze samenleving van alles en nog wat heet te zijn, dit 'interventionistisch georganiseerde aanbod' in het aanvolen van wie teruggewor-pen is op zichzelf veel te vaak innerlijk leeg en ontoegankelijk is. Het betekent dat daar de substantie van aandachtige betrokkenheid uit vervluchtigd is. Misschien moeten we niet zeggen dat de aandach-tige betrokkenheid eruit vervluchtigd is maar dat ze er abusievelijk uit weg georganiseerd is. Het probleem is lang niet steeds dat er in absolute zin te weinig voor de 'armen', marginalen en andere chaoten zou zijn; die lezing van het achterstandsprobleem is, hoewel algemeen, te eenvoudig en vooral onbruikbaar ouderwets. Ze hindert ons eerder dan dat ze ons vooruit helpt. Ik beschouw die misvatting inmiddels als een sterke ideologische verleiding. Wie de onderliggende paradox van 'afwezigheid in overvloed' niet goed onderkent, loopt een gerede kans ongewild méér van hetzelfde te bepleiten: verlating en verwaarlozing in een comfortabel jasje. Het is een onthutsende ontdekking: hoewel het armen en marginalen ontegenzeglijk aan het nodige ontbreekt en we momenteel in Nederland een dikke sociale bovenlaag hebben die zich ongegeneerd verrijkt, is het probleem toch opvallend vaak dat het pastoraat net als het bestaande sociaal-cultureel werk en ook de huidige zorg-, dienst- en hulpverlening, met zijn kop bij heel wat anders zit dan bij de mens voor zijn neus die hulp, steun of bijstand zoekt. En die dus aangewezen is op een andere, hartelijke mens. Presentiebeoefening, waarvan we een theorie hebben ontwikkeld, wenst aan die subtiele en cultureel verankerde vormen van verlating en verwaarlozing niet mee te doen. Integendeel. Dat is de tweede lezing van de inzet van de presentiebenadering, en natuurlijk gaat het daarbij om de levenskwaliteit van buurtbewoners maar ook om de zinvolheid en de arbeidsvreugde van mensgerichte beroepsbeoefenaren. Individueel of persoonlijk kunnen ze nauwelijks iets tegen dit doorgeschoten interventionisme ondernemen.
Interventies wortelen in zogeheten 'diagnoses', en dat is een Grieks en samengesteld woord. 'Dia' betekent in dergelijke samenstellingen meestal 'ergens doorheen' en de stam 'gnos' kunnen we vertalen met kennen of begrijpen. Diagnostiek is zo beschouwd de leer van de borende blik, van het dòòrzien, van het begrijpen dòòr de dingen heen. Dat is ook wat we gewoonlijk kennen of begrijpen noemen: het niet houden bij de zoals ze verschijnen, maar er doorheen kijken in de veronderstelling dat achter of onder de bedrieglijke verschijningsvorm de ware werkelijkheid van het verschijnsel ligt, hoe het echt is, zijn ontoevallige dieptestructuur, zijn wezenlijkheid. Begrijpen in het kader van interventies - binnen of buiten het pastoraat - is zo een grijpen over de dingen, de gebeurtenissen, de verhalen en de mensen heen. Maar neem nu het kernwoord van de presentiebenadering: aandacht. Daarin gaat het in elk geval ook om een vorm van denken, van 'ergens je kop bij houden', zoals we daarnet zeiden, van een bewuste gespannenheid naar iets. Het voorvoegsel 'aan' wijst er echter op dat er in de presentiebenadering niet gedacht wordt over iemand maar aan iemand. In verband met de presentiebenadering moet men zich dat vooral heel letterlijk of ruimtelijk voorstellen: je heel dicht naar iemand toe spannen, aan hem komen, beroeren; het gaat om de uitgaande beweging naar de ander toe, tot aan hem. Aandacht schiet er niet aan voorbij op zoek naar wat anders, wat echters, wat diepers, wat hogers, maar houdt zich in zodra ze raakt aan de ander. En in dat aan-denken voegt de presentiebeoefenaar zich naar wat hij of zij aantreft: voegt zich in taal, tijd, ritme et cetera. Dat is wat we presentie-beoefenaren zien doen: denken aan de ander vast, meer nog een relatie aangaan dan handelend optreden tegen een probleem. En pas in die hechte verbondenheid toont zich wat er gedaan kan of gelaten moet worden, daar en zo vindt men de coördinaten van het samenhandelen. Deze benadering druist op zo ongeveer alle punten van belang in tegen wat gebruikelijk is en toch blijkt uit ons onderzoek dat ze hooggewaardeerde effecten sorteert. De pastores die ik in het onderzoek mocht volgen, waren op deze intense wijze presentiebeoefenaren - we vonden dit soort presentie, zij het in verschillende varianten en in hoge en lage gradaties.